Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We beginnen met een doorsnede (*) (fig. 10) en vinden hiervoor gemakkelijk in schematische» vorm:

Nemen we nu de doorsnede dichter bij P, dan wordt de binnenste ruimte kleiner om in P te verdwijnen. Voorbij P treedt ze als ruimte III weer op, terwijl het karakter der doorsnede voor eerst hetzelfde blijft als (x). Verschuiven we verder dan komen de ruimten IV te voorschijn, doordat de keerpunten van de kromme, die ruimte III omsluit, door de andere krommen heendringen en we krijgen een doorsnede (y):

Verder gaande, treden de ruimten V op, zoodat bij (») de doorsnede wordt:

Sluiten