Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 u2 4- v2| u2 + 2 a2

P= 6 u P = Ju

„ . „r en o ■ of

u- 4- 3 v- v- -f 2 a-

q=: 6 v ll= 3 v

waarbij u v = S b 1 (I — c).

Het opp. A = o is bepaald door §2 r;3 = ^ =

A2

= 6, ~^rjv*

Het opp. B — o door:

i2 _ 3 >- -

7 O

2

>T = " - o

3»-»',

terwijl in beide gevallen /. v = S (i —s).

Opmerkende, dat in het vorige geval het opp. A = o

6 / ^ ~ / ~

bepaald was door r~— ' ' '= ■, valt 't niet

v 6 v — 3 v-

moeilijk in te zien, dat in fig. 4, PI. I het opp. A = o wordt

voorgesteld door O A F C, waarbij de doorsneden met vlakken

evenwijdig aan O AHC hyperbolen opleveren.

Het opp. 1? = o. geeft in het vlak § = 1 de kromme -/)- [ 12 (1 — c) — 32(1 — c)2] = 1, voorgesteld door P E, reeds uit fig. 3, PI. I bekend en {6(1 — c) — 8(1 — s)2] = I, voorgesteld door E N T, eveneens reeds bekend.

Verder vinden we in het vlak § = o de kromme 9 = 4 >T (9 (1 — £) —8 (1 — c)2],

voorgesteld door KZ, waarin CK = en SZ — 1 — 0.9.

O

Eindelijk liggen in het vlak >7 — 1 :

£2 = 6 (1 —c) — 8 (I —c)2 en §2 = 1 - (1 —— 32(1 —s)2 resp. voorgesteld door de gebogen lijn CE en Cl'EK.

Het opp. is niet moeielijk te construeeren in fig. 4, PI I een weinig nader aangeduid.

Sluiten