is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen omtrent drijvende homogene parellelopipeda

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46. Bruikbaarheid der niveauvlakken.

We vinden hier:

f(2l) = 8 1' [{6(1 — s) — 8(1 — c)2} 4-3 — 1]

f {4 1(1—*)) = — 32 H (1 — e)« {6(1 — «)_ 8(1 — «)• — §=}

f(2l) = o en f {4 I (1—ê)} = o geven dus in het vlak van den kubus r, = 1 de krommen CE en ET.

Uit het voorafgaande is de beteekenis dier krommen duidelijk genoeg.

47. Uit de fig. 7<i en yb, PI. I, volgt, dat het cylindervormige gebied uit fig. 6, PI. I, waarvan H E F (zie vooral

7") grondvlak is, reeds buitengesloten is.

De holten van het cylindervormige gebied met CEH tot grondvlak blijken overeen te komen met de vakjes lx, II* en Hy> zoodat dus ook hierin geen stabiele standen voorkomen.

Een stabiel drijven met een der vier kortste ribben boven de vloeistof en evenwijdig aan het niveau van deze is dus nimmer mogelijk.

48. De volledige grafische voorstelling.

De uitkomsten uit de vorige §£ hebben we nu ver-

eenigd in fig. 8, PI. 1, waar ook de standen voor e < —

2

zijn aangegeven. Daartoe zijn uit de fig. 3, 4, en 5 op PI. I de verschillende gebieden waar we de behandelde standen aantreffen, overgenomen, zoodat we voor de beteekenis der letters in fig. 8 naar de zooeven genoemde figuren verwijzen. Overigens is uit de figuur alles, wat niet noodzakelijk ter aanduiding der gebieden is, weggelaten. We beginnen met de vergelijkingen der oppervlakken en krommen, die in die

figuur voorkomen, voor ; )> te resumeeren.

2