Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kromme AE : r° = 6 (i — c) — 8 (i — s)2

AF : (I +»,)» — (I - nfi— 4 (6 n (i — e)}^ = 0

„ EQNT : rt~ [6 (i — c) — 8 (i — c)2] = i Opp. OAEC : £2 k3 = 6 (i — c) — 8 (i — c)2

„ O A F C : §2 = —~ / J. »s = ^ ï v = 8 (l — e)

MEC : § = 4 >j (i — £)

„ MER : i = 4 §2 r, (i — c)

„ EQNTRE : S2 = . 2 >;2 = 3 ?.* = 8 (i — i)

3 A - 3 y — >-

De stand, waarbij de langste ribbe 2l evenwijdig aan

den vloeistofspiegel drijft, komt voor in:

ie het cylinderv. gebied, waarvan ENT grondvlak is,

waarvan evenwel het gebied EQNTRE moet uitgezonderd

worden.

2e het cyl. gebied AEQ als grondvak, waarvan uitgezonderd moet worden 't gedeelte, door 't opp. MER hiervan

afgesneden. Deze stand is aangewezen door (3 1)

Verder treffen we den stand, waarbij de middelste ribbe evenwijdig aan den vloeistofspiegel is, aan in het gebied tusschen de opp. O A E CO en O A F C O, waarvan we moeten uitzonderen het gedeelte hiervan afgesneden door

opp. MEW. Deze stand is aangewezen door (3 a)

De standen van een drijvenden kubus worden afgebeeld op de lijn BBj. Uit de tweede noot op blz. 63 weten we reeds, dat het 3^e geval hierbij niet voorkomt. Het grensgeval voor e = wordt in 'i 60 nader onderzocht. ö 2

De standen voor een balk met vierkante doorsnede, waarbij de ongelijke ribbe evenwijdig aan de vloeistofopp. is, zijn te vinden op het vlak r, = 1 van de kubus op PI. 1,

fig. 8 onder (31), als de ongelijke ribbe de langste is.

Is de ongelijke ribbe de kortste, dan weten we, dat ze niet met deze ribbe alleen evenwijdig aan de vloeistofspiegel stabiel drijven kan.

Sluiten