Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

parallellopipedum kunnen aannemen, dan moet, zal het niveauvlak bruikbaar zijn:

BE (fig. ii) = (i -f^) u < 2 x,

derhalve: 2~-~ + u \ 1 (t i u

(3 + f* ) u ^ 3 + ^ U 2 \ i u-

We hebben dus u, ,u en 1 zoo te kiezen, dat aan ge-

2 1-

noemde voorwaarde en aan de stabiliteitsvoorwaarde u2 > ,

I -|- Cl ~

voldaan wordt.

Stellen we nu 1 : u = £ en teekenen we in fig. 12

de krommen: 1 = 2 en 2 s = 1 (1 + a)

1+,"- 3 + ,"2 3 +

Ze worden respectievelijk voorgesteld door A B en C B. (A : £ = = l/o.s, C: £ = 0.5, B : £ = 1; ," = 1). De bovengenoemde voorwaarden blijken nu tegelijk met o < /x < 1 in het gebied ABC vervuld te zijn. Bij een bepaalde waarde van /x, u en 1 zijn de

rijr. 13. grootheden a en £ gegeven door:

a = (3 + ^)u + \ Xl°- U Cn 24aMi-^)= u3 (3+^). Achteraf blijkt nu ook, dat werkelijk 1 > a, want in 't gebied

2 1" T O

A B C is 1 > - - - ■——- -)- - ftg u, wat direct volgt uit de

3 -+- ,U~

teekening van de kromme t' = 2 ^ L 1 w"

S 3 + 3 +

We zouden ook het gebied ABC uit fig. 12 gemakkelijk in de grafische voorstelling op PI. I kunnen overbrengen. Op het vlak r, = 1 vinden we het volgende:

Met B uit fig. 12 stemt overeen: £ = 1, 1 —e =--,

2

met A: &= I( 1 _£= ' met C: S2 = 8, 1 — c =met

2 9' 33'

het punt, midden op A B, dus voor u. = — = - • 'c —

2 s 8 * "

Sluiten