Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervangen we hierin x, en yj door de waarden gevonden in g 13, dan blijkt het, dat deze loodlijn, altijd de

lijn x — y = a snijdt. Nu liggen de zwaartepunten van

de pyramide TAB C, van 't afgeknotte parall. en van het ondergedompelde gedeelte op een rechte lijn; zal dus in fig. 14 een mogelijke stand aangewezen worden, dan zal ook de loodlijn uit 't zwaartepunt van de pyramide T A R C

op 't vlak ACDEF neergelaten de lijn x = y = ' a

noodwendig moeten snijden. Gaan we daarom de voorwaarde opsporen voor deze laatste snijding.

We plaatsen een rechthoekig coördinatenstelsel in R met de assen langs R C, R A en R T en stellen RC = i-, RA = n en RT =

De coordinaten van 't zwaartepunt van de pyramide

TARC zijn — £, ' r, en ' £. De vergelijking van de 4 ' 4 4

loodlijn is 4- [l § - x) = ^ V - yj = s(^'-z) Zal deze lijn de lijn x = y = ' a snijden, dan moet

s {' s - ' «)

\ 4 2 / \4 2 j

of (§ — r) (£ + ''/ — 2 a) = O

i' { ■< = 2 a wijst er op, dat R C of R A grooter moet zijn dan a, wat in ons geval buitengesloten is. Scheeve standen kunnen dus niet voorkomen, er blijft alleen ter bestudeering over het geval § = >7 of in = n.

55. Onderzoek naar de stabiliteit voor 't geval m = n. We keeren 1111 tot fig. 13 terug en gaan het onderzoek beginnen op dezelfde manier als in § 52. We nemen een parallelopipedum, waarvan we de lengte van de ribbe 1 voorloopig onbepaald laten, en kiezen zekere waarde van w en m = n = s. Om zeker te zijn, dat 't niveauvlak een

Sluiten