Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit een stelsel platte golven: het is dus afkomstig van eene oneindig ver verwijderde bron (bij voorbeeld eene ster). De richting van het invallend licht nemen wij ter wille deialgemeenheid scheef met betrekking tot het vlak van het scherm; alleen nemen wij den invalshoek klein. Omtrent de trillingsrichting in het invallende licht zullen wij vooreerst niets naders onderstellen, daar de resultaten, die men verkrijgt, van die richting onafhankelijk zijn.

Kiezen wij het vlak van het scherm tot x ?/-vlak, en noemen wij de richtingshoeken van de invallende lichtstralen «, ,-ï, y, dan wordt de evenwichtsverstoring bij de invallende lichtbeweging voorgesteld door:

' / t x cos a - y cos i 4- z cos y\ o = a cos 2 t ^ — j-* 1 ,

waarin a, T en /. de gewone beteekenis hebben. Voor z = 0 gaat deze vergelijking over in:

I t x cos u 4- y cos ti\ q = a cos 2 tt | m Tj- — J,

en dit is de lichtbeweging in het diffracteerend vlak.

Daar de invallende beweging bekend is, is ook de beweging onmiddellijk achter het scherm bekend. Wij hebben echter alleen te rekenen met de doorschijnende deelen van het scherm, daar de evenwichtsverstoring achter de ondoorschijnende deelen — 0 is. Om nu de beweging achter het scherm na te gaan, hebben wij de totale verstoring op eene bepaalde wijze in elementaire verstoringen te ontbinden. Het Theorema van FouriëR stelt ons daartoe in staat.

Sluiten