Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trekt men nu de reeks (53) van (52) af, dan komt er:

2 si„. „ + l^l£ + *%Li +

of:

0(sin*_v , «w1 2 y sw' 3y ) = — 1 . (54)

[ ij,2 + (2 ipy (3 ic)! I H>

Vervangt men eindelijk y< dooi'-, dan verkrijgt men:

. , A- p n

sin1

* = °° e e , 2 v -i ?- = 1-

t = 1 (kpny p De totale intensiteit van het buigingsbeeld wordt alzoo.

zooals te verwachten was. ')

De diffractie door een rooster kan nog op eenigszins andere wijze behandeld worden dan boven geschied is. Wij willen hier nog even bij stilstaan, en daarmede onze beschouwing van dit onderdeel der buigingsverschijnselen besluiten.

Stellen wij het invallend licht voor door:

n (X COS 2 tt f y - j ,

dan heeft de verstoring in het vlak S weder de constante

waarde a cos 2 n voor alle punten, die met eene spleet

overeenkomen, en is verder = 0. Wij beschouwen nu de lichtbeweging, die door elke spleet wordt doorgelaten, op

i) Dr. Sirks komt in zijne later te bespreken verhandeling op eene andere wijze tot dezelfde uitkomst. De bewerking der sommatie is gedeeltelijk aan Dr. S. ontleend; de reeks (53) wordt door hem als bewezen aangenomen.

Sluiten