Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de vervaardiging van „roosters", die aan zulke voorwaarden voldoen, in de practijk altijd onmogelijk zal zijn, en dat dus dergelijke groote afwijkingen nooit waargenomen zullen worden; maar uit een theoretisch oogpunt verdient de zaak toch de aandacht.

Het onderzoek naar den invloed van het diffracteerend scherm op de waargenomen verschijnselen kan slechts onvolledig zijn. Denken wij ons ook nu weder een vlak S onmiddellijk achter het scherm, dan zal de liclitbeweging in de ruimte achter S het gevolg zijn van die in S. De beweging in S is echter niet in bijzonderheden aan te geven: het is duidelijk, dat zij afhankelijk zal zijn van den aard van het scherm; maar deze betrekking kan niet in eene functie der coördinaten uitgedrukt worden.

De verschillende genoemde gevallen laten zich evenwel in eene algemeene theorie samenvatten. Voor alle geldt, dat de beweging in S periodiek is wat de plaats betreft; de periode is gelijk aan den afstand van de overeenkomstige randen van twee op elkaar volgende strepen of van de assen van twee op elkaar volgende metaaldraden. Wij zullen deze grootheid weder een element, of, met het oog op de periodiciteit, de periode van den rooster noemen, en door e voorstellen. De breedte van eene spleet, wanneer daarvan sprake is, zij weder — p, die van eene tusschenruimte = q.

Laat nu vooreerst het licht loodrecht invallen; dan is het duidelijk, dat de evenwichtsverstoring in S de zoo even genoemde periode e in de richting der x-as vertoonen zal.

Ontbinden wij nu de invallende verstoring q = a cos 2 n -J—

door het theorema van Fourier, dan verkrijgen we behalve een deel dat onafhankelijk van x is, andere met de

Sluiten