is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de toepassing van het theorema van Fourier in de theorie der buigingsverschijnselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze bundel kan gesplitst worden in twee andere:

a o / t m x\\ um1 Am cos 2 rt ( -T- —Jj

en .... (78)

u„h = 4» cos 2 TT |

waarin

. 1 VI I) TT

A,,, — — cl sin —-—, m n e '

of

m p TT sin —-—

1> c

A- = ~" mpj, *79>

e

Elk dezer golfstelsels zal in het focale vlak een lichtpunt doen ontstaan, en men verkrijgt door de werking van den eersten rooster eene rij lichtpunten loodrecht op de richting

der spleten, en op gelijke afstanden K van elkander. Het

helderste (het hoofdbeeld) ligt in het hoofdbrandpunt deilens. De intensiteiten kan men voorstellen door:

'i —2' l'—1> hl * + 1) l'+j

Met behulp van de formule (79) zijn de i's nu gemakkelijk te bepalen, waarbij men in aanmerking heeft te nemen dat i-1- = i + k is. Yoor i0 heeft men:

= (f

en voor een der beelden in het algemeen:

. 2 k p -rt

, ., sin1 ——