Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een cylindrisch begrensden lichtbundel door te laten dan zullen de golfstelsels, die tot de zooeven genoemde lichtpunten aanleiding geven, elk op zichzelf door de groote opening gediffracteerd worden: deze snijdt uit elk der buigingsbundels een cylindrisch deel, dat zich in zijne eigene richting achter II voortplant. Worden I en II verwisseld, of vallen zij samen, dan blijven de resultaten volkomen dezelfde.

Is de opening in II klein genoeg om zelf nog eene merkbare diffractie te geven, maar toch zoo groot, dat hare afmetingen aanmerkelijk grooter zijn dan de periode van den rooster dan zal elke lichtbundel waartoe de rooster aanleiding gaf' op dezelfde wijze door de groote opening gediffracteerd worden en men verkrijgt dus in het focale vlak der lens niet meer lichtpunten, zooals eerst, maar kleine congruente diffractiefiguurtjes, die gerangschikt zijn zooals de lichtpunten bij den enkelen of dubbelen rooster. Elk dezer diffractiefiguurtjes is nu de figuur die de opening in II doet ontstaan, wanneer er een enkele bundel evenwijdige lichtstralen op valt. Hieruit volgt verder, dat ook de lichtverdeeling in elk dier diffractiefiguurtjes identisch zal zijn, zoowel onderling als met de oorspronkelijke figuur, en dat zij alleen in intensiteit zullen verschillen.

Het is gemakkelijk aan te toonen, dat de wet der intensiteiten ook in deze gevallen geldt.

Verbeelden we ons eerst een scherm (I) met eene willekeurige groote opening: eene (niet te smalle) spleet, een rechthoek of een cirkel: en daarachter, of daarmede samenvallende, een enkelen rooster (II), met de periode e.

1>( ( eiste opening geeft eene zekere buigingsfiguur, waarvan de afmetingen klein zijn in vergelijking met de afstanden der beelden die de rooster geeft. Zij Peen punt dier buigingsfiguur, niet de lichtsterkte i. Door de werking van den

Sluiten