Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de polen naar den evenaar, en een warme stroom van den evenaar naar de polen.

Had onze aarde geen bolvormige gedaante en geen omwentelende beweging, dan zouden er altijd in de benedenste gewesten van den dampkring luchtstroomen naar den evenaar, omgekeerd in de bovengewesten luchtstroomen naar de polen worden opgemerkt.

De beweging van de aardoppervlakte tengevolge van de omwenteling der aarde om haren as van het Westen naar het Oosten, die allengs in snelheid toeneemt naargelang men zich verder van de polen verwijdert, is oorzaak, dat deze luchtstroomen tusschen de keerkringen niet Noord en Zuid, maar dat zij daar Noordoost en Zuidoost gericht zijn, evenals de warmere stroomingen van den evenaar af op hoogere breedten geen overheerschende Zuidelijke en Noordelijke, maar ZWestelijke en NWestelijke winden veroorzaken, omdat de beweging van de aardoppervlakte daar langzamer is.

Behalve aan de vaste kust en in het binnenland, ontstaan daardoor in de verschillende zeeën tusschen de keerkringen NO en ZO winden, die men passaten noemt.

Benoorden den Noorder- (Kreefts-) keerkring en bezuiden den Zuider- (Steenboks-) keerkring, heeft men overheerschende ZWeste-winden op het noordelijk- en NWestewinden op liet zuidelijk halfrond, die men anti-passaten noemt.

De passaten worden echter ook in richting gewijzigd, naargelang zij in de nabijheid van uitgestrekte vastelanden, of in de nabijheid van warme zeestroomen komen.

Zoo kan de richting van de luchtstroomen door de sterkere verwarming van een groot vastland een belangrijke wijziging ondergaan.

Met de anti-passaten is dit eveneens het geval — NWestelijk van den Golfstroom worden de ZWeste-winden

Sluiten