Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NWestewinden zal de barometer standen innemen tusschen de hoogste en de laagste.

Er zijn voorbeelden, dat de barometer, bij tijdelijken natten mist, regen of' sneeuw, 3 mM. daalde, en na den regen of sneeuw weer zijn vroegeren stand innam, ofschoon in de kracht van den wind al dien tijd geen toeneming te bespeuren was.

Het is duidelijk, dat het onverschillig is, uit welken hoek in zulk een geval de wind waait, omdat wij steeds spreken over den tijd, die in verband staat met den vorigen weerstoestand. Om het geheel onjuiste en onvertrouwbare der woorden op de schaal van den barometer aan te toonen, zij opgemerkt, dat, wanneer de wind ZW is met goed weder, de barometer ongeveer op 762—765 mM. zal staan, maar, met NOostewinden en in alle opzichten denzelfden weerstoestand op 770—775 mM.

Staat de barometer met ZWesten wind op 765 mM. en gaat hij dan rijzen, dan is een westelijker of noordelijker wind te verwachten; begint hij van dat standpunt te dalen, dan kan regen of wind, of beide uit Zuid of ZWestelijke richting verwacht worden. Begint de barometer met NOostenwind en goed weder te dalen, dan zullen de kracht van den wind en de vochtigheid van den dampkring toenemen; maar, in welke mate dit ook zou geschieden, de barometer zal toch in geen geval lager dalen dan tot 766—765 mM.; dus een stand, waarmede het met ZYVestenwind in den regel nog goed en standvastig weder is. Begint de barometer, als de wind naar het ZWesten is gedraaid, te dalen, dan zal hij toch niet zoo laag dalen, als wanneer die wind ook met regen gepaard gaat.

De laagste standen van den barometer komen voor met winden uit ZZOost, Zuid tot ZZWeste richting met regen.

In de gevallen, dat de wind waait uit een streek, gelegen tusschen ZZO en ZZW, valt er in een korten tijd veel

Sluiten