Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Celsius-, ook wel honderddeelige schaal genoemd, de Reaumur- en de Fahrenlieit-verdeeling.

Celsius heeft 100°, Reaumur 80° en Fahrenheit 212° — 32° = 180 graden tusschen kook- en vriespunt.

De verhoudingen zijn dus C : R : F = 5 :4 : 9, m. a. w. als Celsius op 5 graden staat, dan staat Reauraur op 4 en Fahrenheit op 9 graden + 32 graden = 41 ° Fahrenheit.

Daar de thermometer dient om de temperatuur van de lucht te meten, is het duidelijk, dat hij op eene plaats moet hangen, waar hij beveiligd is tegen afstralende warmte, zonneschijn, terugkaatsing van zonnestralen, verder niet in den regen of tegen vochtige muren, maar toch zoo, dat de lucht er vrijen toegang toe heeft.

Hebben \\ ij bij den barometer eenige kenteekenen aangegeven, omtrent te verwachten winden, vooral met betrekking tot den stand, met te meer vertrouwen kunnen wij dit doen, wanneer de standen van den barometer en van den thermometer gelijktijdig worden geraadpleegd.

Bij een te verwachten Zuiden of ZWestenwind zal de barometer, omdat de drukking der lucht minder wordt, dalen, terwijl de thermometer, omdat de temperatuur toeneemt, zal rijzen.

31et een Noordenwind vindt het tegendeel plaats, de barometer gaat, omdat de drukking toeneemt, rijzen, terwijl de thermometer, omdat het kouder wordt, gaat dalen.

Nu is, zooals wij reeds gezien hebben, in den winter met ZWeste- en Westewinden de temperatuur boven de normale en in den zomer beneden de normale temperatuur; hiermede zal men dus rekening moeten houden.

Echter kan dit aan ons betoog, dat de thermometer met Zuid en ZWestewinden hooger staat dan met NWeste- of Noordewinden, geen afbreuk doen, omdat wij steeds spreken over den tijd, die in verband staat met een vorigen weerstoestand, en ZWeste-, Weste-, NWeste-

Sluiten