Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men oen draaiende beweging opmerkt, dan is dit een bewijs, dat het met het standvastig weder gedaan is, en dat men dienzelfden avond of nacht een zwaar onweder kan verwachten. Gewoonlijk ziet men het dan ook na zonsondergang al lichten; later hoort men ook het rommelen in de verte, maar nog altoos zien wij geen wolken. Maar richt men nn zijn blik naar dat deel van den horizon, waar het rommelen gehoord en het lichten gezien wordt, dan kan men de bovenste omtrekken der wolken zeer goed onderscheiden, en men zal, omdat het nu meer begint te weerlichten en het rommelen ook heviger wordt, tot de conclusie komen, dat er, en wel zeer spoedig, een zwaar onweder zal komen. Nu zullen dan ook de slagen elkander spoedig opvolgen, en de cumulo-nimbi, onweerswolken zichtbaar worden. Niet lang duurt het. of het onweder breekt in volle hevigheid boven ons los, veelal gepaard met harden wind, stortregen en somtijds hagel.

Deze onweders, die niet zoo door iedereen te voren zullen opgemerkt of verwacht worden, zijn in den regel in hunne uitwerking en hevigheid nog gevaarlijker dan die onweders, die wij bij de zoogenaamde donderwolken waarnemen. Bij deze onweders zal men kunnen opmerken, dat de bliksemstralen in grooter getal van de eene op de andere wolk overspringen, dan bij onweders, waarbij men overdag reeds de onweerswolken aan den horizon heeft kunnen waarnemen. Gewoonlijk is de lucht, den dag volgende op dien van het onweder, betrokken, of wel mistig, en blijft het ook nog zoel en onaangenaam weer. Eerst als deze weerstoestand voorbij is, kan men zeggen, dat het na het onweder frisch weder is geworden.

Met onweders, waarvan mende cumulo-nimbi, onweerswolken, reeds overdag heeft waargenomen, is dit geheel anders. Wanneer de bui of buien zijn afgetrokken, wordt in den regel de lucht helder, en daalt de tem-

Sluiten