Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste helft van September als 't ware winterweder, wat harde winden en regens betreft. Dan heeft men veelal weer een Octobermaand met standvastig weder. Maar, wanneer de hondsdagen vroeg beginnen en eindigen, is October dikwijls eene maand van ruw, stormachtig weder, die als 't ware den overgang van den zomer in den winter vormt.

Waardoor komt het nu, dat deze tijd van 't jaar zich door zulk veranderlijk weder kenmerkt?

Ook op deze vraag willen wij trachten een antwoord te geven.

In hot eerste hoofdstuk (winden) hebben wij opgemerkt, dat er twee luchtstroomen moeten bestaan, een koude stroom van de polen naar den equator, en een warme stroom van den equator naar de polen.

Daar nu de poolgewesten in onzen zomer meer worden verwarmd dan in den winter, omdat de zon daar in onzen zomer óf in 't geheel niet. óf althans maar zeer kort ondergaat, dan is het duidelijk, dat de van daar toestroomende koude lucht in den zomer minder moet zijn dan in onzen winter en ons voorjaar, wijl de zon na den 21 of 22 September tot den 20 of 21 Maart benoorden den poolcirkel in volle zes maanden niet gezien wordt, zoodat het daar dan altijd nacht is.

En weer een gevolg hiervan is, dat de toestrooming van warme lucht van den equator in den zomer minder zal zijn, zoodat over liet algemeen een veel langzamer kringloop van de bij den equator opstijgende warme lucht zal plaats hebben.

Nu is het een feit, dat wij in Mei, dus een maand vóór den langsten dag, niet die warmte hebben als in Juli en Augustus, en toch staat de zon in Mei hooger voor ons aan den hemel dan in Augustus.

Hieruit leeren wij, dat wij het warmste weder dan

Sluiten