Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wolk zelve, waaruit men een wind- of waterhoos kan verwachten, heeft een langzaam voortgaande beweging; krijgt men hieruit een wind- of waterhoos, dan is dat merkbaar door een spitse punt, die uit den onderkant der wolk te voorschijn komt.

Wanneer zulk een wind- of waterhoos (aan land is het een wind-, op zee een waterhoos) over een schip in zee, (wij spreken in beide gevallen uit ondervinding) of over een deel van het land heen trekt, dan kan men opmerken, dat de wind met een verbazende snelheid om een middelpunt draait, naar boven opgaande als de draad van een kurketrekker, zoodat hij voorwerpen, water, hooi, koren, daken van schuren, schoorsteenen enz. opneemt, boomen ontwortelt, een schip, dat onverwachts door haar wordt overvallen, van zijn masten berooft. Er zijn voorbeelden, dat een hoos daken, hooi, stroo, water met visch en al ophief, en honderden meters verder weer liet vallen.

Deze hoozen zetelen in dichte donkere wolken, stratocumulus wolken (No. 6) en komen meestal tijdens koud weder, wanneer er weinig wind is, voor. Somtijds komen er 2 of meer punten uit eene wolk, of wat waarschijnlijker is, uit deze en een andere wolk te voorschijn, en 't lijkt ons toe, dat de eene de tong weer intrekt, terwijl de punt van de andere langer wordt en den horizon schijnt te raken. De laatste zal op eenigen afstand, dus als een wind-, of als een waterhoos schade kunnen aanrichten. Bij nacht heeft men het wel eens uit deze wolken zien lichten, maar geen onweder waargenomen.

Somtijds gebeurt het, dat er twee wolken in eikaars nabijheid zijn, en dat de eene wolk met de andere in aanraking komt; dan ontstaat er een wolkbreuk.

Wij hebben tot dusver in hoofdstuk I alleen de passaten en anti-passaten behandeld, maar behalve deze

Sluiten