Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dcelcn. die behoorden gescheiden te zijn. heeft plaats gegrepen.

Deze vergroeiing der zitbeenderen is constant. De tubera zijn sainengesniolten. en de opstijgende en neerdalende takken vormen één plaat, zoodat van een bekkennitgang geen sprake is. en dat een bekkenholte ook in de meeste gevallen niet bestaat, al loopt er bij de eenigszins goed ontwikkelde vormen ook een gleuf vóór langs het sacrnni. welke gleuf in de forumina ischiadica majora eindigt.

De darnibeenderen zijn. als de ineenschuiving eenigszins sterk is uitgedrukt, tot een schild vergroeid, dat van boven een incisuur vertoont, waarin het sacrum is gelegen. Het schild staat in een frontaal vlak en is van onderen met de saamgegroeide zitbeenderen verhonden. Het sacrum heeft hier dus geen gelegenheid gehad zich tusschen de twee darnibeenderen in te schuiven : in geval X. XI en XIII is dit echter wel geschied, en daar gaat deze meerdere ontwikkeling van het bekken dan ook gepaard met het aanwezig zijn van twee voeten. Ook in deze gevallen ontbreekt echter de S-vormige kromming der darmbeenderen en staan de spinae anteriores superiores naar beneden gekeerd. Waar het sacrum boven de ossa ilei is gelegen, is het zelf meestal sterk in ontwikkeling teruggebleven. Soms wordt het vermeld als een knobbel (V); soms schijnt het vrijwel normaal te zijn. maar dan blijken er hij nadere beschouwing geen foramina anteriora te bestaan: dan weer is de hiatns sacralis zoo groot dat het ruggemergskanaal aan

Sluiten