is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland en Nederlanders betrekking hebbende penningen, geslagen van 1864 tot 31 aug. 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het wordt op (le linkerborst gedragen aan een oranjelint, ter breedte van 2.75 duim met twee witte strepen.

Het lint mag zonder eereteeken niet worden gedragen.

Art. 3. Onze Minister van Oorlog wordt gemagtigd het eereteeken met een daarbij gevoegd certificaat, ingerigt naar het bij dit besluit behoorend model, uit te reiken.

Art. 4. Pe belanghebbenden doen hunne aanspraken op het eereteeken gelden bij Onzen Minister van Oorlog.

Hij de aanvragen wordt zooveel mogelijk een staat van dienst of eenig ander behoorlijk bewijs van dien aard gevoegd, waaruit de aanspraak op het eereteeken blijkt.

Indien hij, die de aanvraag doet, niet meer in s Rijks dienst, noch gepensionneerd is, wordt door hem tevens overgelegd een bewijs van goed burgerlijk gedrag, afgegeven door het gemeentebestuur zijner woonplaats.

Art. 5. Nopens het verbeuren van het eereteeken is de bepaling van toepassing, welke bij het Koninklijk besluit van den 191,11 I*e* cember 1S32, 11°. 72, ten aanzien van het Metalen Kruis is vastgesteld.

Art. 6. liet Departement van Oorlog wordt met het doen vervaardigen van de eereteekenen belast.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State, de Ministeriele Departementen, Onzen Kanselier der beide orden en de Algemeene Rekenkamer, tot informatie.

DE MINISTER VAN OORLOG,

Gezien hebbende Zijner Majesteits besluit van den io1*» Mei 1865. n°. 45, waarbij liet Hoogstdenzelven heeft behaagd voor de strijders die in Nederlandschen dienst aan de altijd gedenkwaardige krijgs-

CERTIFICAAT.