Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157. Als voren.

Gesp als beschreven onder n°. 127 met het opschrift:

KUST VAN GUINEA 1869— 1870.

Bij traktaat van grensregeling tusschen Nederland en Engeland gesloten 5 Maart 1867 kwamen enkele plaatsen ter kust van Guinea aan Nederland o. a. Commenda, welks bewoners niet met dien overgang ingenomen bleken en in 1868 gedurig aanvallen deden op de gedebarkeerde schepelingen van „liet Metalen Kruis" (Kapt t.'z. J. Vos), 26 Mei 1869 geraakte een sloep van de „Amstel" in de branding bij de Abrobyrivier, enkelen der bemanning verdronken, een der officieren en 4 matrozen kwamen aan land, doch werden door de bewoners van Anoema Atjenim gevangen genomen, terwijl een matroos, die vluchten wilde, gedood werd. Na betaling onzerzijds van 300 onsen goud (pl. m. ƒ 12000.—) werden de gevangenen vrijgelaten. Aan het stoomschip „Vice-Admiraal Koopman", dat 14 Augustus 1869 de reede van Texel verliet en 17 September d.a.v. te St. George d'Elmina aankwam, werd opgedragen in samenwerking met de „Amstel" en de vaste bezetting van Elmina, de bewoners te tuchtigen en het wettig gezag te herstellen. 10 November 1869 werden de troepen gedebarkeerd en reeds den volgenden dag Commenda genomen, zonder veel moeite, terwijl 9 December 1869 Anoema Atjenim werd genomen en in brand gestoken.

Na vele verliezen werd ook 9 Januari 1870 de hoofdplaats der Commendeezen Kwassie Krom genomen en dit door de medeuitgetrokken boschnegers zonder daartoe gegeven bevel in brand gestoken. Het kampement te Commmda werd daarna opgebroken en de terugtocht aanvaard. De Commendeezen bleven in hun verzet volharden, de losprijs ontvangen voor de gevangen genomen Nederlanders werd niet terugbetaald, de bevolking scheen zicii naar Cape Coast en het binnenland te hebben teruggetrokken, althans bij latere verkenningstochten vond men de Kroms verlaten. Bij overeenkomst te 's-Gravenhage gesloten 25 Februari 1871 j° . protokol van 2 November

1871 (zie St.bl. 1872 n° . 17) goedgekeurd bij de wet van 20 Januari

1872 St.bl. n° . 6 werden de bezittingen ter kust van Guinea aan Engeland overgedragen tegen betaling van hoogstens jfc 24000.

Sluiten