Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OVERTOCHT.

Van af zijne reede heeft men het uitzicht op eenige drukke handelsstraten, evenals op het kanaalgebouw, waar diepgang, breedte, lengte en tonnenmaat van elk voorbijgaand schip worden opgeteekend.

Na een paar uren oponthoud liep de „Victoria" met eene vaart van zes mijlen het kanaal binnen, en hiermede brak eene nieuwe phase der reis aan. Bij het verlaten der Middellandsche zee verschenen de bemanning en het dienstpersoneel der boot niet langer in korte blauwe jassen, maar in witte linnen pakken, de reizigers werden gezien in lichte kleeren, bij de maaltijden werden de „punkahs" in beweging gesteld, kortom alles wees er op dat men zich „beneden Port Saïd" bevond.

De heer B. Veth wijdt een paar bladzijden van zijn boek over Indië ') aan beschouwingen over de toiletten welke op eene Nederlandsch-Indische mailboot bezuiden genoemde stad vallen op te merken, meer bijzonder aan het Indische negligé, zoowel van heeren als van dames. Zijne scherpe critiek in dezen kan ik niet geheel ongegrond achten. Zeer zeker wordt dat negligé soms op bevallige wijze gedragen, maar zelfs waar dit het geval is, flatteert het minder dan een Europeesch toilet. In Britsch-Indië, in de Straits en op de buitenlandsche booten ziet men het niet, en brengt men veel minder dan bij ons de eischen der aesthetiek aan die van het gemak ten offer, hetgeen stellig zijne goede zijde heeft.

Onder de opvarenden bevonden zich de nieuwe Onderkoning van Britsch-Indië, Lord Minto, met Lady Minto en hunne drie dochters; voorts de "private secretary" van den Landvoogd, kolonel Dunlop Smith, zijn militaire secretaris, majoor Adam, zijne beide adjudanten, en kolonel

') Bas Veth. Het Leven in Nederlandsch-Indië, Blz. 26. ?) De "private secretary" en de "military secretary" zijn Regeeringsambtenaren, die den Onderkoning persoonlijk toegevoegd worden, om hem bij zijne werkzaamheden behulpzaam te zijn.

Sluiten