Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BOMBAY N D NW. FRONTIER PROVINCE.

zij ondervonden om zich spoedig te verplaatsen, — immers de spoorweglijn strekte zich toen slechts over 120 Eng. mijlen van af Calcutta uit.

De inneming van Delhi, de capitulatie van Cawnpore, en de herhaalde bestormingen van Eucknow, waren de voornaamste gebeurtenissen van dezen bloedigen worstelstrijd. Tegen het einde van 1858 was de opstand onderdrukt, en op 1 November van dat jaar werd de hierbovenbedoelde profetie vervuld, al was het ook in een' anderen zin dan in dien, welken de opstandelingen er aan hadden gehecht: op een' grooten Durbar te Allahabad kondigde Lord Canning aan dat de bezittingen der OostIndische Compagnie waren overgegaan aan de Britsche Kroon.

Sedert dien tijd heeft Engeland's politiek ten opzichte van Indië groote veranderingen ondergaan. De Britsche troepen, die vroeger tot de inlandsche in eene verhouding stonden van 1—6, vormen nu een derde van het geheele leger, alle versterkte plaatsen, arsenalen en magazijnen worden door Europeanen bewaakt en de artillerie wordt bediend door Europeesche troepen, terwijl nieuwe vervoermiddelen deze laatste in het kortst mogelijke tijdsbestek kunnen verplaatsen. De sepoy wordt uit eene minder hooge kaste dan vroeger gekozen, hij wordt in en buiten Indië beter betaald, en de Britsche officieren der inlandsche regimenten hebben niet meer dezelfde faciliteiten om hunne troepen voor eene betrekking bij den staf of bij het burgerlijk bestuur te verlaten. Tevens zijn aan de Indische vorsten verscheidene concessiën gedaan. Dat de dure lessen voor beide partijen hunne vruchten gedragen hebben, blijkt uit het feit dat muiterijen en opstanden, die vroeger zoo talrijk waren, sedert 1858 niet meer in het leger zijn voorgekomen.

Den 23-sten November vertrok ik van Bombay naar het

Sluiten