Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

DE PUNJAB. CALCUTTA

boven de Fransche of Engelsche agenten"; reden waarom hij, Vernet, besloten had, „tot handhaving van de eer en de waardigheid der Compagnie", van de audiëntie zoo mogelijk geheel weg te blijven en den Nawab te doen *

opmerkzaam maken op de ons betoonde onachtzaamheid, waarop de Nawab was bijgedraaid, en de audiëntie had uitgesteld, om de gevoeligheid der Hoogmogende Compagnie te ontzien." ')

Het was gedurende de feesten te Calcutta dat ik andermaal van ter zijde critiek hoorde uitoefenen op de staatkunde der Britsehe Regeering, welke eertijds tot de teruggave onzer koloniën geleid heeft. Volgens sommigen zoude inzonderheid de teruggave van Sumatra moeten worden betreurd, eene opvatting welke men o. a. trachtte te staven, door te verwijzen naar het weifelende karakter onzer vroegere Atjeh-politiek. Zulk eene politiek, meende men, ,,

droeg in zich de blijken eener machteloosheid welke'twijfel deed rijzen ten aanzien der vruchtbaarheid van ons koloniaal *

beleid. Toegegeven werd dat hierin thans eene wending is gekomen, en dat ons energiek en van zelfvertrouwen getuigend optreden van heden achting gebiedt. Toch bleven er nog vele punten over, die opmerkingen uitlokten : enkele daarvan wil ik hier, zij het ook zonder commentaar, vermelden, daar zij de zienswijze weergeven van een deel van het Britsehe publiek.

Het Nederlandsch-Indische Bestuur, zeggen onze naburen, is een organisme dat nog langzamer werkt dan het Britsehe, doordien bij de samenstelling der hooge koloniale i

bestuurslichamen nog te zeer wordt vastgehouden aan het oude systeem der Oost-Indische Compagnie. Deze omstandigheid, gepaard aan de belemmeringen welke eerst-

') De Indische Mercuur van 13 en 20 Februari 1906, Nos. 1266 en 1267, "Sabang en Britsch-Indië", bl. 121. Motto „Los van de Straits" ^

van J. H. Cohen Stuart.

Sluiten