Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PUNJAB. CALCUTTA

genoemd bestuur aan tal van ondernemingen in den weg legt, is voor hem, die kapitalen in Nederlandsch-Indië wenscht te plaatsen, ontmoedigend. Afkeuring verdient verder de te groote mate van afhankelijkheid onzer koloniën van het Moederland, een toestand die medebrengt dat hooge lichamen in Europa, waarin de overgroote meerderheid de koloniën niet kent, soms het lot van deze in handen hebben.

Moet naar Britsche begrippen het welzijn der inlanders op den voorgrond staan, toch behoort dit geenszins tot de ethische opvatting te voeren, welke in onze politiek soms ten aanzien dier inlanders valt waar te nemen. De koloniën moeten niet ontaarden in eene philantropische instelling voor inlanders, maar behooren ook aan de onderdanen van het Moederland tot voordeel te strekken. De eenigszins weeke opvatting volgens welke kolonisatie uitsluitend beschouwd moet worden als eene taak, strekkende om den inlander tot meerdere ontwikkeling te brengen, is niet de juiste, en staat aan de ontwikkeling der koloniën in den weg, daar zij indirect voert tot tegenwerking van het particulier initiatief der blanken. Volgens de Engelsche zienswijze mag in Indië geene eenzijdigheid heerschen bij de behartiging van verschillende belangen ; ook die van het overheerschende ras kunnen niet straffeloos uit het oog verloren worden. Een koloniaal bestuur dat een juist besef zijner verplichtingen heeft, moet er op uit zijn om de harmonie tusschen beide elementen te bevorderen, wil het de koloniën tot bloei brengen en haar voor het Moederland zoowel in tijd van vrede als in tijd van oorlog tot een krachtigen steun maken.

Eene bijzonderheid waarop ik in Britsch-Indië werd gewezen, als zijnde eene der redenen die de goede werking der Britsche administratie verklaren, is de ruime bezoldiging der ambtenaren. Dat een betrekkelijk gering aantal personen eene hoeveelheid werk aflevert, zoo aanzienlijk als dat waarmede de Indische ambtenaren in 't algemeen

Sluiten