Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIRMAH.

mijne spoorzoekers en ik te veld. Toen wij op de plek waren aangekomen waar wij den zonsopgang zouden verbeiden, scheen de maan nog helder aan het donkere zwerk. Wachten was dus de boodschap, en plat voorover gelegen trachtten wij, met de armen als hoofdkussen, nog wat te slapen. Na een half uur echter werd ik wakker door een zacht gesnuffel in mijne nabijheid. Zonder mijn hoofd te bewegen sloeg ik de oogen langzaam op en zag op één pas afstand een jakhals staan, die mij aanstaarde met oogen

Logeergebouw in den jungle van Zuid-Birmah.

als vurige kolen en mij berook, klaarblijkelijk met het doel om te ontdekken of ik levend of dood was. Dit duurde totdat ik door eene kleine beweging het dier op de vlucht joeg.

Zoodra het eenigszins licht geworden was, begonnen wij onzen marsch en zetten dezen met kleine tusschenpoozen den geheelen dag voort, zonder dat wij iets te zien kregen. Den volgenden dag was ik niet gelukkiger: eerst na twee dagen loopens trof ik eenige wilde buffels aan. Deze onderscheiden zich van de tamme door het slankere

Sluiten