Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER KOTARADJA NAAR WELTEVREDEN EN BUITENZORG.

Het is eene aangename gewaarwording om na eenigen tijd in den vreemde te hebben vertoefd, weer op Nederlandschen bodem te staan, de moedertaal te hooren en de eigen vlag te zien wapperen. Dit voorrecht viel mij te beurt toen ik, den 29sten Januari, op de reede van Georgetown op Poeloe Penang, mijne bagage overbracht naar de Maetsuycker, eene der booten van de Kon. PakketvaartMaatschappij, die den volgenden dag naar Atjeh en Sumatra's Westkust zoude vertrekken.

Des avonds dineerde ik nog met een medereiziger in het hotel Sarkie bij twee Chineesche rubberplanters, vrienden van eerstgenoemden, die ons de meest gulle gastvrijheid betoonden, na ons de honneurs van de plaats te hebben gemaakt.

Daags daarop lichtte de Maetsuycker het anker en verdwenen de schoone Penanghills langzaam aan den oostelijken horizont. Het groote verschil tusschen het weinig boschrijke Noord-Voor-Indie en den weelderigen plantengroei van de Maleische Staten had mij te Penang aangenaam getroffen, doch spoedig vond ik gelegenheid ook eene ziekte te leeren kennen, welke te midden van dezen schoonen plantengroei maar al te goed gedijt. Pas was ik

Sluiten