Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER KOTARADJA NAAR WELTEVREDEN

kraton met de woning van den Gouverneur, te bezoeken.

De luitenant der cavalerie Philippi noodigde mij kort daarop uit, hem en zijn peloton op een morgenrit te vergezellen. Gretig maakte ik van dit aanbod gebruik, en op een vroegen ochtend begaf ik mij naar de kazerne, van waar Philippi en ik, aan het hoofd van een twintigtal manschappen door Kotaradja reden en ons naar de rijstvelden begaven, welke zich aan den zuidkant dier plaats uitstrekken.

Het was voor mij eene eigenaardige gewaarwording die vlakte te doorkruisen, welke onze Atjeh-oorlog zoo bekend heeft gemaakt, en waar zooveel punten herinneren aan bloedige ontmoetingen. Onder gesprekken daarover, bereikten wij na een uur rijdens het doel van onzen tocht, eene bron gelegen aan den voet der bergen die den achtergrond van het landschap vormen. Bij die bron, Mata Aer genaamd, bevindt zich in het bosch een klein vervallen bivouak, door eene ijzerdraadversperring omgeven. Hier stegen de manschappen af en terwijl zij de paarden overgaven aan de zorg van sommigen hunner, oefenden de overigen zich eenigen tijd in het zwemmen. Wij aanvaardden daarna den terugtocht, ontmoetten onderweg nog eene afdeeling infanterie die van eene oefening huiswaarts keerde, en waren na een paar galoptempo's weer in de stad.

Eene der plekken te Kotaradja, welke den meesten indruk op mij maakte, was het kerkhof. Hier werd aan menig dapper strijder uit onze gelederen de laatste rustplaats bereid, en hier vindt de bezoeker een stilzwijgend getuigenis van zóóveel zelfopoffering en plichtbesef, dat hij zijn weg vervolgt met diepen eerbied voor het leger waarin zulke soldatendeugden worden gekweekt.

Maar het zijn niet slechts gedachten van dezen aard, die hier oprijzen ; de doodenakker herinnert mede aan de rampzalige gevolgen eener politiek van inertie, welke door hare zwakheid eene politiek van inhumaniteit bleek te zijn, en die met haar streven naar bezuiniging, ontzaglijke

Sluiten