Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN BUITENZORG.

houden, het eten is er uitstekend, de muziek eveneens. Te verwonderen is het echter, dat in een der grootste theelanden der wereld, de thee zoo slecht kan zijn als die welke ik daar te drinken kreeg, en ik ben het eens met majoor Younghusband, die in zijn meervermeld werk de thee van het Hotel des Indes, waar hij eveneens afstapte, "execrable" noemt.

Daarentegen ben ik het niet met hem eens, waar hij het Nederlandsch-Indische badsysteem, het mandieën, veroordeelt. Dit bestaat daarin, dat men met emmers, water uit een steenen bak put, en over zich uitstort, zich daarna inzeept, en vervolgens weer een stortbad neemt. Geen ander systeem werkt meer afkoelend, en bevordert meer de zindelijkheid dan dit, vooral omdat het de gewoonte is, twee of meermalen 's daags te baden. Younghusband noemt deze methode „middeneeuwsch" en haalt hierbij aan, dat Richard Leeuwenhart op dezelfde wijze zijne abluties nam. Wat hij met zijne zinspeling op een lang vervlogen tijdperk bedoelt, is niet recht duidelijk. Uit zijne beweringen blijkt echter dat hij van de wijze waarop genoemd systeem dient toegepast te worden, geen flauw begrip heeft. ')

Eene der eigenaardigheden die mij na het badsysteem in Nederlandsch-Indië opvielen, was de reeds zooveel beschreven en bezongen rijsttafel. Terstond gevoelde ik veel voor deze klassieke instelling. Eene weldoordachte afwisseling van smakelijke spijzen, groote zindelijkheid der schotels, handige bediening door inlanders die zich op bijna onhoorbare wijze bewegen, alles draagt er toe bij om — mits zij met mate gebruikt worde — ook den vreemdeling gunstig voor de rijsttafel te stemmen. In hoeverre zij tevens met de eischen van de hygiëne strookt, waag ik niet te beslissen. De zwaarlijvigheid, die in Nederlandsch-Indië

') G. J. Younghusband, The Philippines and round about bl. 183.

Sluiten