Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER KOTARADJA NAAR WELTEVREDEN

die der soortgelijke materie in Britsch-Indië, en tevens dat de middelen welke aanbevolen werden om tot verbetering te leiden, feitelijk eene toenadering tot het Britsche systeem beduidden. In zijn werk „Het Staatsrecht van NederlandschIndië", brengt Mr. Ph. Kleintjes de volgende grieven in herinnering, welke tegen den Raad van Nederlandsch-Indiê, zoowel in de Staten-Generaal als in de koloniale en in de Nederlandsche pers, werden aangevoerd. „De Raad van Indië, staande tusschen den Landvoogd en de hoofden der departementen, belemmert de samenwerking tusschen beiden en doet afbreuk aan het gevoel van verantwoordelijkheid van die hoofden, dat juist zooveel mogelijk moet worden versterkt. Eene poging om aan de bezwaren, die men tegen het Indische college opperde, tegemoet te komen, deed Minister van Dedem met de indiening van een wetsontwerp, strekkende om den Raad van Ned..-Indië te vervangen door een Raad van directeuren, die voortaan geregeld en rechtstreeks met den Gouverneur-Generaal zoude samenwerken. Toen het ministerie Tak—van Tienhoven aftrad, bleef het bedoelde wetsontwerp echter onafgedaan." ')

De hier bedoelde poging was ongetwijfeld een stap in de richting van het Engelsche systeem. Bij ons zijn de hoofden of directeuren der verschillende departementen niet anders dan agenten van den Gouverneur-Generaal. Zij staan onder diens bevelen en oppertoezicht en zijn van hem volkomen afhankelijk, hetgeen voortvloeit uit het beginsel dat slechts de Landvoogd verantwoordelijk is voor het bestuur in zijn ganschen omvang. In Britsch-Indië, waar de directeuren der verschillende departementen (secretaries) onder het toezicht staan van leden van den Indian Council en tevens rechtstreeks met den Onderkoning samenwerken, is dit anders, doordien de leden van den Council verantwoordelijk zijn voor hun toezicht op

') Deel I. Blz. 301.

Sluiten