Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOENDALANDEN. MIDDEN-JAVA.

intrigue verschillende voorstellingen in beslag neemt.

Deze laatste boeiden mij dus slechts in mindere mate, maar sterk voelde ik mij aangetrokken door de zachte muziek, welke de gamelan ons had doen hooren, en die voor mij zoo geheel nieuw was. Vooral op eenigen afstand vernomen, brengen de eentonig-klagende harmonieën, welke de inspiratie der inlanders aan hunne instrumenten weet te ontlokken, een diepen indruk te weeg. Tusschen de palmen, in de geheimzinnige stilte van een Indischen nacht, schijnen zij den geest naar andere werelden te verplaatsen. Treurige gewaarwordingen nemen de overhand, en in het oog der verbeelding zinkt al het tastbare rondom weg, als in een droom der eeuwigheid. Zeven maanden nadat ik Tjisalak had verlaten, hoorde ik wederom een gamelan. Het was op Bali, den 2osten September. Dén Pasar was genomen. Twee vorstengeslachten hadden met hunne getrouwen den dood gezocht en gevonden; een drama, ontzettend in zijne onvermijdelijkheid, was afgespeeld. Bij de roode weerkaatsing der vlammen, door den vijand ontstoken, scheen de zon in bloed onder te gaan. Geen juichkreet werd in ons bivouak vernomen, want de vreugde, die zich anders na overwinningen openbaart, was verstomd onder den indruk der tooneelen van den afgeloopen dag. Maar op eens werd die stilte door weemoedige tonen afgebroken. Eenige Javaansche soldaten hadden in den poeri waar wij lagen, den vorstelijken gamelan gevonden; zacht, bijna schuw, vingen zij aan de instrumenten te bespelen, en op dat oogenblik scheen het mij toe als hoorden wij een doodenlied: de laatste klacht van allen die daar hadden geleefd en geheerscht. Die gamelan was als het ware de tolk van hun afscheid; hij gaf in zijne melodieën de stervensgedachte weêr van een oud en edel ras, waarvoor naar diens eigen oordeel geen plaats op aarde meer was overgebleven.

Sluiten