Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOENDALANDEN. MIDDEN-JAVA.

De Rijksstallen en weiden zijn in de eerste plaats bestemd voor het remontedepöt; de opgekochte Australische ponies, Sidneyers of Swanrivers genaamd, worden gebruikt bij de cavalerie of bij de artillerie en te Padalarang ingereden. Ten tweede dienen zij voor de Landsstoeterij, waarmede het Rijk hoofdzakelijk veredeling van de in Indië voorkomende paardensoorten beoogt. De eerste Rijksstoeterij werd in 1820 door den Gouverneur-Generaal van der Capellen op Java opgericht, doch zes jaren later door den Gouverneur-Generaal du Bus de Gisignies opgeheven. Tijdens den oorlog met Boni trok het Gouvernement eene stoeterij van den Vorst aan zich, doch het verwaarloosde de zaak zoozeer dat deze begon te verloopen. Na 1879 werd er weêr veel geld van rijkswege in gestoken; toch volgde hare definitieve opheffing twee jaren later. Eene in 1837 in het leven geroepen stoeterij te Buitenzorg bleef zes jaren lang bestaan.

Door allen, die de waarde der Indische paarden kennen, worden thans groote verwachtingen gekoesterd van de stoeterij te Fadalarang. De edelste rassen in Indië bevinden zich in staat van verval, en het is dus een dringende eisch van het oogenblik om hen voor geheelen ondergang te behoeden; naar verbetering, o. a. op het punt van de afmetingen der paarden, wordt tevens met kracht gestreefd. De meest bekende paardensoorten in Indië, die zonder Europeesche controle hoe langer hoe meer zouden verbasteren, zijn de Sandelhouten van Soemba, de Batakkers van Noord- en Oost-Sumatra, de Makassaren, de Soembawa's, de Bimaneezen de Preanger- en de Javaansche paarden. Het zijn vooral de Makassersche, de Javaansche en de Bataksche paarden die onder het onverstand, de zorgeloosheid en de onverschilligheid der inlanders hebben te lijden gehad. Zij zijn in den laatsten tijd sterk achteruitgegaan. De Preanger

Sluiten