Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOENDALANDEN. MIDDEN-JAVA

tijds de onvergelijkelijke Boeddhistische kunstwerken van Midden-Java heeft aangetast en dat zij, naar te vreezen is, langzaam hun ondergang tegemoet gaan, tenzij aanzienlijke sommen aan hunne restauratie worden besteed.

Tegen den avond verliet ik den eenzamen bewoner van den passangrahan, en een uur later was ik weèr terug in het hotel Toegoe te Djocjakarta.

Tot de bezienswaardigheden dezer plaats rekent men inzonderheid de bouwvallen van Tamar.saris, het oude vorstenverblijf, gewoonlijk het Waterkasteel genoemd, dat binnen de muren van den kraton gelegen is. Het werd in 1758 op last van den eersten sultan van Djocja gebouwd. De vervallen en begroeide vertrekken, badplaatsen, en torens van dit voormalig lustoord, vormen met hunne vele boven- en onderaardsche gangen een waren doolhof. Opmerkelijk is de vermenging van Javaansche en Europeesche bouwkunst, welke in vele fragmenten op poorten en muren te bespeuren valt.

Het thans bewoonde paleis is gelegen in het midden van den kraton, welks bevolking ongeveer 15.000 zielen bedraagt; hij beslaat een langwerpig ommuurd vierkant van 2400 op 2600 voet, en wordt doorsneden door talrijke rechte lanen. Het paleis werd in 1760 gebouwd, tegelijk met het fort Vredenburg; daarvoor bevindt zich een uitgestrekt veld, dat door middel van een nauwen doorgang in verbinding staat met eene der vele breede en groote waringinlanen, welke dwars door Djocja loopen. Op het bedoelde plein staan twee oude waringins, in rechte lijnen gesnoeid. Bij het binnentreden, ziet men rechts den missigit en links de hokken der panters van den Sultan, terwijl de stallingen van diens olifanten op het achterplein gelegen zijn. Het paleis verrijst tegenover den ingang van het voorplein, en daarnaast bevindt zich de kazerne van de dragonders der lijfwacht, welke eertijds ten dienste van den Sultan werd opgericht.

Sluiten