Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoenan. Zij allen waren prinsessen, en zij voerden op de klanken van den gamelan sommige dier nationale dansen uit, welke men in Indië moet gezien hebben, om er de poëzie van te beseffen. Gekleed in langen sarong met ceintuur, hadden zij de schouders ontbloot, en waren zij gewapend met pijl en boog. Bij allen waren de bewegingen geheel dezelfde, en de langzame overgang van de eene aesthetische houding tot de andere, gaf aan hare gracelijke kunst iets bijzonder waardigs en edels. De muziek van den onzichtbaren gamelan, de neergehurkte menigte in de verte, en het mysterieuze waas, dat scheen te zweven over het gebouw met zijn Oosterschen stempel, dit alles bracht een onvergetelijken indruk teweeg.

Na afloop der dansen toonde ons de Soesoehoenan een gedeelte van den kraton. Door een aantal zalen en pavilloens voerde hij ons rond, en telkens zagen wij in het halfdonker figuren van vrouwen en van wachters achter pilaren neergehurkt, of ronddolende door de gangen. Verscheidene prinsen kwamen gedurende deze wandeling door het paleis den heer van der Wijck begroeten. Zij droegen een sarong met gordel, in welken laatsten een kris was gestoken; het bovenlijf was ontbloot. Ten slotte keerden wij naar den pendoppo terug, en nadat wij aldaar nog eenigen tijd vertoefd hadden, stonden de vorsten op, en namen van ons afscheid, terwijl de stafmuziek andermaal het Wilhelmus inzette.

Onder geleide van eenige hofwaardigheidsbekleeders trokken wij ons terug, en stegen voor de poort, waar een dubbelpost dragonders opgesteld was, in onze rijtuigen. Een tijd lang reden wij tusschen de witte muren van den kraton door, waarop grillige schaduwen tegen het maanlicht afstaken, en zagen alstoen de geheimzinnige wereld waarin wij enkele oogenblikken waren opgenomen geweest, voor onze oogen verdwijnen.

Den volgenden dag bracht ik nog met den heer van

Sluiten