Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Wijck een bezoek aan den prins Ario Mataram, die ons had getelephoneerd hem 's middags te twee uren „in het wit" te komen zien Hij is in Nederland wel bekend, daar hij er verscheidene jaren op school was en de inhuldigingsfeesten in 189'd bijwoonde; onze taal spreekt hij vloeiend.

Na den Prins te hebben vaarwel gezegd, bezochten wij in den vooravond den Rijksbestuurder, Raden Adipati Sosro Diningrat. Hij is de eerste minister van den keizer, een man van groote schranderheid en vasten wil, de tusschenpersoon tusschen den Soesoehoenan en het Nederlandsche Gouvernement. Hij ontving ons met zijne gemalin in zijnen ruimen pendoppo, die schitterde van licht en van marmer en waar wij aan tafel plaats namen, terwijl wij onder het gesprek muziek hoorden van een uitnemend strijkorkest, samengesteld uit een tiental kleinzoons en neven van den heer des huizes. Deze jongelieden speelden voornamelijk Spaansche, Hongaarsche en Italiaansche muziekwijzen, terwijl zij met bewonderenswaardig talent aan elk stuk zijn eigen karakter wisten te geven. Evenals zijn meester, leidde ons de Rijksbestuurder door een gedeelte van zijn paleis. Het bezoek duurde ruim een uur, zooals meest alle otlicieele bezoeken in Indië.

Daags daarop verlieten wij Solo, de Heer en Mevrouw van der Wijck om naar Djocja terug te keeren, en ik om mij naar Soerabaja te begeven.

Het gedeelte van den spoorweg dat ik thans leerde kennen, biedt weinig afwisseling aan. Met uitzondering van enkele wildhoutbosschen, ziet men slechts suikerrietvelden, sawahs en kampongs; eerstgenoemde worden tegen het einde van het traject steeds talrijker. Rechts ontwaart men het Zuidergebergte en de Lawoe, later de vulkanische berggroep van den Keloet, eindelijk den hoogen Ardjoeno. De eenige plaats van belang op den weg is Madioen.

Sluiten