Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige Ceramsche bootslieden plaats. De zon was ternauwernood op toen wij de baai van Fak-Fak verlieten. Links houdende, volgden wij op eenigen afstand de richting der kust, terwijl wij eenige kleinere eilanden rechts lieten liggen; na een paar uren liepen wij de groote baai binnen, aan het einde waarvan Aer Besar gelegen is. De deining hield daar op, en onmerkbaar werd de prauw door een zacht koeltje over den gladden waterspiegel voortgestuwd. Tot diep in het donkergroene oerwoud, waarachter zich

Papoea'sche prauw.

hooge bergtoppen vertoonden, drongen verschillende zeearmen door, en bij de plechtige stilte die er rondom heerschte, had men van af ons vaartuig eenigermate den indruk van zich in een onbewoond land te bevinden. De oevers waren moerassig, en daar het water hoog stond, was eene groote uitgestrektheid bosch overstroomd. Tusschen dit geboomte vervolgden wij den door ons ingeslagen, slingerenden waterweg, totdat wij aan het eind daarvan een met kroos bedekten poel bereikten, waar wij uit de boot sprongen en naar wal liepen. Een jonge Papoea

Sluiten