Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg dien wij gekomen waren, Makasser te bereiken.

Onze boot was eene ware Molukkenboot. Behalve menschen van verschillende rassen, waren er beesten en planten van allerlei soorten op te vinden. Koeien, kangoeroes, casuarissen, papegaaien, een levende paradijsvogel, — voorts allerlei soorten van orchideeën en planten, welke op NieuwGuinea in zoo grooten getale voorhanden zijn, trof men er aan. De drie heeren van Pangkalan-Brandan hadden tal van merkwaardigheden medegebracht, en waren zoo vriendelijk mij een aantal bogen, pijlen, schilden, een „king's bird" en verschillende paradijsvogels, waaronder twee van de Aroe-eilanden, te schenken.

Op de paradijsvogels, die schoonste vertegenwoordigers der vogelwereld, wordt door de Papoea's reeds sedert het einde der 16de eeuw onophoudelijk jacht gemaakt met het doel hen tegen vreemde producten in te ruilen, of ze bij wijze van belasting aan hunne hoofden of leenheeren af te leveren. Vroeger werden de huiden door de pijlen eenigszins beschadigd, doch thans bedienen zich de Papoea's veel van stompe pijlen, die zij uit bogen of blaaspijpen afschieten en met welke zij de vogels eerst bedwelmen, waarna zij ze dooden of trachten ze gevangen in het leven te behouden. Dit laatste is echter lang niet gemakkelijk.

Moderne vuurwapenen en vangtuigen worden eveneens gebezigd, sedert er een handel in het groot in kostbare vogelhuiden is ontstaan. Die handel is vrij belangrijk; van oudsher werden de huiden door de bergbewoners naar de kust gebracht en aan rondvarende Boegineezen en Arabieren verkocht. Kisten vol vogelhuiden brengen deze ter markt te Makasser, te Singapore en elders, vanwaar zij naar Europeesche en andere centra haren weg vinden. Zoo eindigen de sieraden van het Nieuw-Guineesch oerwoud temidden van het wereldgewoel, als offers der mode.

Sluiten