Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het meest onder den invloed der beschaving en van het christendom gekomen. Op Midden-Celebes was dit anders. De noordelijke Possostreek was wel is waar gepacificeerd, maar de landschappen ten zuiden daarvan, 1

in de richting Paré Paré, Paloppo, en om de golf van Boni, verkeerden niet in hetzelfde geval. In hoofdzaak bestaan deze streken, bewoond door Boegineezen, uit de Mandarsche Staten — de binnenste of Toradjalanden (t. z. van het Possomeer en t. w. van Paloppo) — ten zuiden daarvan de landschappen Letta en Doeri, bij Paré Paré — nog zuidelijker Sidenreng en Tanette — en eindelijk — op 2 K.M. van Makasser beginnende — het rijk van Gowa, dat zich dwars door de zuidpunt uitstrekt.

Midden-Celebes is hoog en ruw bergland, dat zijne uitloopers uitzendt over het midden van de vier armen van het eiland. De hoofdrivier in deze streek is de Sadang, die van noord naar zuid stroomt, en bij Wakka in ^

zee vloeit. ^

Wat de bevolking betreft, was in de actiestreek van Makassaren niets te merken. Slechts Boegineezen vond men er, een mooi en sterk ras, maar vuil en lui. Daarvan zijn de Sidenrengers de meest ontwikkelde en de meest arrogante tevens. Daarna komen de Doeriërs; deze beide stammen hadden de andere vrij wel in hunne macht, exploiteerden ze, persten ze af, en dreven handel in slaven, hoofdzakelijk Toradja's, die totaal onbeschaafd zijn en bij wie geene eenheid van bestuur is. Laatstgenoemden zijn ons vriendschappelijk gezind. De „Boegi's" zijn niet op onze hand.

Het land is verdeeld in grootere rijken en vasalstaten.

Om een denkbeeld te geven van een inlandsch bestuur, laat ik hier eenige bijzonderheden volgen, welke ik tijdens de expeditie t. a. van Enrekang opteekende.

Aan het hoofd staat een Aroeng, (de vermoedelijke troon- )

opvolger draagt den titel van Aroeng-Malolo); onder hem

Sluiten