Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen van den vorst van Boni door luitenant Eijlers, en na den veldtocht in Loewoe, kwam de vorst van Gowa op het tapijt, en nam door zijne vlucht vele krachten in beslag. In tegenstelling met den Boniër, een ouden, gebrekkigen man, die met groot gevolg reisde, en in een tandoe (draagzeil) gedragen werd, overigens slechts een natuurlijke zoon was van den vroegeren vorst, was Gowa een vlugge, jonge kerel, die slechts met een paar ruiters het land doortrok en als wettige afstammeling groot aanzien genoot. Deze nu was in den herfst van 1905 gesignaleerd geworden in de buurt van Rappang, van waaruit kapitein ten Seldam hem met maréchaussées en Timoreezen gevolgd was, over Sosso naar Kalosi en Lali, vandaar westwaarts, en eindelijk zuidwaarts.

Buitendien stootte medio Februari 1906 eene compagnie van het te Makasser gestationneerde 6e bataillon (majoor de Wijs) die ook op zoek van Gowa was, in Kautoe op eene rotsstelling, die boven als benteng (versterking) was ommuurd. De bergtoppen in dat land van kalksteen zien er uit als suikerbrooden, en zijn vol holen en natuurlijke verdedigingswerken. Hier sluiten zich de bewoners op tegen overvallen van slavenhandelaren en van vijandiggezinde stammen. Einde Maart werd die stelling genomen. Tengevolge van den moreelen indruk door dit resultaat verkregen, gaven Rangas alsmede andere in die buurt opgeworpen bentengs zich terstond over.

Op den 28sten April 1906 stootte de compagnie de Bruijn het hoofd voor Bontoe Batoe; bezetting, ingangen en sterkte waren totaal onbekend, alleen zag men terstond, dat men hier te doen had met nog heel wat anders dan Kautoe, en wel met eene bijna ontoegankelijke rotsstelling. Kapitein de Bruijn wilde deze door verrassing nemen langs het steile éénmans pad, dat naar de 100 M. hoog gelegen poort der onderste versterking leidt. De compagnie was 's nachts in het bosch om de kampong, aan den voet der rots van Bontoe

Sluiten