Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zee 2e klasse Baron van Aerssen Beyeren van Voshol, die Kautoe ook had meegemaakt. (Snelvuur, 7 schoten per minuut.)

Wat het geschut betreft, was het wellicht te betreuren dat onze colonne geene bergartillerie had medegevoerd. De kleinere marinestukken werden uitnemend bediend, maar konden op de steenrotsen niet dezelfde werking uitrichten als de 7,3 c.M. bergkanonnen het zouden hebben gedaan. Ware de verdediging van Bontoe Batoe nog beter geleid geweest, dan hadden wij daar ook ditmaal bloedige koppen kunnen halen, want in zulk een geval moet gemis aan grof geschut worden geboet door grooter verlies aan levende strijdkrachten. Er is beweerd dat de 7,3 c.M. stukken niet tot bij Bontoe Batoe konden worden vervoerd. Maar dit zal waarschijnlijk niet de reden zijn geweest dat zij niet toegestaan werden; wel is het terrein aldaar deels bergachtig, deels drassig, doch op zulke eventualiteiten zijn de transportmiddelen der bergartillerie natuurlijk berekend.

De bewapening der infanterie bestond uit een lang Mannlicher geweer en een kort kapmes, vrij onpraktisch in den rimboe. De helmhoed liet eveneens te wenschen over. De maréchaussées en de Timoreezen daarentegen waren uitstekend geëquipeerd; bamboehoed, verschoten-blauw uniform met oranje bies op de mouwen en oranje zwaluwstaart op den kraag, korte jas, lichte Mannlicher karabijn, die wel niet zoo ver draagt als het geweer, maar veel bruikbaarder is in het gevecht tegen een inlandschen vijand; 100 patronen, en een klewang. Deze laatste is een ongeveer 90 c.M. lange, kromme sabel, aan de punt van twee kanten scherp, met de zwaarte aan de punt, zoodat een houw verbazend doordringt. Als men door de hooge alangalang marcheert, en zich op eens van dichtbij beschoten ziet, wordt uit eigen beweging direct geattakeerd met dit wapen, dat zoodoende dikwijls een hoofdrol speelt.

Sluiten