Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De troepen bestonden uit Europeanen en inlanders — Javanen, Amboneezen, Timoreezen en Menadoneezen. Deze drie laatste categorieën — maar overigens de Hollanders niet veel minder — verkeeren bij den aanval begrijpelijkerwijze dikwijls in een toestand van razernij, zoodat tijdens dien aanval niet veel genade van hen te wachten valt. Als men echter zoo iets heeft bijgewoond, als men het samenstel der vijandelijke kogels kent, als men de wreedheid der inlanders, de ontzettende terreinbezwaren en de groote ontberingen waaraan de troepen zijn blootgesteld, in aanmerking neemt, dan staat men verbaasd over sommige critici, die niet schromen ons prachtig Indisch leger uithoofde van dat optreden te bekladden. Zooals ik reeds vroeger schreef, schuilt er in het tegenwerken van de verschillende militaire acties in Indië, — in naam van naastenliefde en andere soortgelijke motieven — feitelijk de grootste inhumaniteit. Want harde klappen zijn en blijven hier de eerste stap tot pacificatie.

Sommige bijzonderheden zijn opvallend; het is b.v. gelaakt dat door de Amboneesche fusiliers bij den stormaanval het krijgsgeschreeuw „potong kapala" (slaat hem zijn kop af) worde aangeheven. Natuurlijk gebeurt het toch, aangezien zulke uitdrukkingen de geestdrift bij den aanval in hooge mate aanwakkeren, en die moet er zijn, dat zal iedereen, die maar'eenigszins soldaat is, begrijpen. Als men steenen en kogels om zich heen hoort suizen, en klimmen moet over wolfskuilen en door bamboedoerihagen (zware doorns) tegen steile rotsen op, is het niet doenlijk er eene soort van „humanen aanval" op na te houden.

Den 4den Mei, de$ ochtends te 6V4 ure, bevond ik mij met Sidin, mijn jongen, aan boord van Hr. Ms. Koningin Regentes. Zeer veel inlandsch publiek was op de kade, en er heerschte groote bedrijvigheid. Weldra kwam de

Sluiten