Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lige rotsfiguren te voorschijn. Ten tijde der expeditie werd juist de lange alang-alang afgebrand, en men zag hier en daar dikke rookkolommen opstijgen. Verspreid op onzen weg lagen kampongs met drie a zes huizen, van eenzelfde model.

Zoo bevolkt als de streek was bij onzen terugkeer, zoo uitgestorven scheen zij nu, aangezien de bewoners blijkbaar den uitslag van het gevecht bij Bontoe Batoe afwachtten, om daarnaar hunne houding tegenover ons te regelen. Elk uur werd er halt gemaakt, om een paar minuten uit te rusten en de trainards te laten aansluiten. De weg dien wij volgden bestaat uit een éénmans voetpad, slechts op de hoogvlakte iets breeder. Hij gaat als nauw pad door naar Rappang, (groot bivouak, ie étape) — Pabetongan, (vervallen loods, 2e étape) — Enrekang, (groot bivouak, 3e étape) — en Garoetoe, (4e en laatste étape), van waar de Bontoe Batoe circa drie uren gaans verwijderd is. De hoofdweg ook een éénmanspad — loopt van Enrekang via Kautoe naar Sosok, Kalosi, Lali, en verder de Toradjalanden in.

Het laatste stuk voor Rappang voert door een groot bosch, waar men twee a drie uren over een zwaren modderweg moest. Niet tot de enkels, maar tot aan de kuiten, en soms tot over de knieën zakte men er in. Verscheidene malen per dag ging het door kali's (rivieren), en heel op het laatst kregen wij er een, waar men tot aan den gordel toe in moest, en waar de stroom bijzonder sterk was.

Te Rappang kwamen wij te half acht uren aan. ') Wij vonden daar luitenant Kies, commandant der treinafdeeling, luitenant Giebink, luitenant-adjudant 6e bat. Bartels, paardenarts van Slooten, en de compagnie Stuiver, pas, in twee

') Het was in de nabijheid dezer zelfde plaats, dat luitenant Schafer in de maand September 1906 sneuvelde.

Sluiten