Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te vier uren kwamen wij in het bivouak te Garoetoe aan, waar ik een tampat vond in een van de Doerische huisjes, met kapitein Reinders, Dr. van Hunsel, Cattenburch, Buys, Berckenhofï en Ardenne. Dit bivouak was primitiever dan de vorige étapes. Den Bontoe Batoe kon men thans van nabij zien liggen, en in ,,'t hok" zaten al twee Toradja's, die gevangen gemaakt waren bij den eersten aanval. De Sidenrengers en Doeriërs, die binnen de versterking de leiding hadden, hielden nl. vele Toradja's in hun dienst, die nolens volens meê moesten vechten. Beide gevangenen hadden touwen om armen en hals, en zaten zich schijnbaar kostelijk te amuseeren. Wij kregen bij onze natte aankomst een flinken slok jenever met sigaretten, en gingen ons terstond verkleeden. Het diner werd buiten onder een afdakje genomen, maar de wind was dien avond zoo sterk, dat het onder het eten omwaaide, evenals het oude hospitaal, dat in zijn geheel plat op den grond kwam te liggen. Sommige officieren, o.a. Buys en Berckenhoft', die de aanvallen op Kautoe en Bontoe Batoe meegemaakt hadden, beseften ten volle den ernst der expeditie. Toch liet de stemming niets te wenschen over.

Den volgenden dag, den i2den Mei. des namiddags te vier uren, kwamen luitenant-kolonel Michielsen en kapitein den Dooren de Jong, van Donggala via Balikpapan (Borneo) en Meroneng aan. Intusschen waren de berichten omtrent de versterking minder gunstig. De wallen waren verhoogd, uitgebreid en verzwaard. Er werd gezegd, dat er wel veel verliezen zouden worden geleden; uithoofde der weinige toegangen zou de versterking mogelijkerwijs door eene enkele sectie genomen kunnen worden, terwijl het ook mogelijk was dat men met verlies van een half bataillon er niet in zou kunnen komen. Voorts vernam men dat er meer en meer inlanders inkwamen, wat echter goed was, aangezien daardoor de klap des te meer uitwerking zou hebben.

Sluiten