is toegevoegd aan uw favorieten.

Indische reisherinneringen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vecht onbezet. Deze spits is van de hoofdrots gescheiden door een 150 M. hoogen, bij afwisseling 1 a 3 Meter breeden zadel, van scherpen steen, terwijl een ravijn naar het westwaarts, lager gelegen bosch voert. Ten oosten van den zadel verheft zich het ravijn loodrecht; de westelijke helling is van 700 en heeft spleten en uitstekende steunpunten: is dus voor goede bergstijgers beklimbaar. 500 M. van den Bontoe Batoe is de Botisan gelegen, die zich ten zuiden en ten westen daaromheen slingert, eerstgenoemden berg domineerend. De top ervan is kaal; er groeit slechts kort gras op. Een paar K.'vi. ten zuiden er van stroomt de Doeri rivier in den Sadang; de eerste komt uit het noordoosten uit Doeri en de Toradjalanden, de andere uit het noordwesten van Letta. Men zou dus kunnen zeggen dat de Bontoe Batoe eenigszins de sleutel is der twee groote valleien van Midden-Celebes, die zich hier vereenigen.

Naar het Oosten gekeerd, ziet men over de Doeri rivier den majestueuzen 1000 M. hoogen Bampapoean.

Na de tweede verkenning werden op den i5den Mei te tien uren des morgens alle commandanten van troepeneenheden bij den overste ontboden. De toestand werd uiteengezet; bekend werd gemaakt dat de aanval den lóden zou plaats hebben; de twee stukken artillerie zouden niet gescheiden worden, de hoofdaanval aan den westkant zou door de maréchausseés worden uitgevoerd, en de aanval der tweede compagnie op de zuidoostelijke punt en op de poort zou van de omstandigheden afhangen.

De dispositiën waren verder de volgende:

De 3e C'e 6e bat. (kpt. Reinders, BerckenhofF, Scheibeier) onder majoor Schütt, marcheert den i5<ten Mei, des namiddags te 1 ure naar de noordelijke punt van de kampong Bontoe Batoe, en begint te 5 uren met een schijnaanval. Deze is af te breken met het invallen der duisternis, en te hervatten op den i6den. Zeven man genie gaan mede met bommen, springgelatine en handgranaten.