Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus eerst één voor één den rechterkant van het ravijn, wachtten daar een oogenblik of er steenen werden gegooid, wipten dan over het 8 meter breede ravijn heen, klommen links daarvan verder omhoog, en verscholen zich achter kleine rotsblokken bij den zadel, nog op de helling van de alleenstaande spits. Daar kon ook niet lang gewacht worden, aangezien men er steeds de volle laag kreeg. Dus ging het spoedig verder, weèr in den galop, Schafer vooraan, over den zadel, totdat eene overhangende rots was bereikt, waar zich ± tien man gedekt konden opstellen. Vandaar uit ging Schafer met een Menadonees, den mooien Pango en nog twee anderen, op een gemzenpad verder, totdat zij op 20 meter onder den bovensten wal kwamen; die laatste 20 meter, bijna loodrecht, werden van boven bestreken. Alvorens den grooten sprong te beproeven, wilde Schafer om eene gelatine bom sturen, toen de Menadonees zich niet meer kon houden, en naar boven kroop als een kat, Schafer natuurlijk er achter, ofschoon hij het waagstuk had verboden; maar terwijl Pango den bovenrand van de benting reeds met de hand omkneld hield — alles onder vuur — werd hem een steen op het hoofd geworpen, waardoor hij, rakelings langs Schafer, 100 meter naar beneden stortte, van de eene rots op de andere, als een levenlooze klomp! Ontzettend om aan te zien!

Schafer en de twee anderen onmiddellijk terug, tot 10 meter beneden de borstwering, in twee spleten waar zij veilig waren, maar waar zij om zoo te zeggen hun neus niet buiten konden steken, of er werd op hen gegooid en geschoten. Zij bleven hier ongeveer twee uren.

Vooral op het oogenblik dat Pango viel, verdubbelde het rauwe, heesche geschreeuw: Ha! ha! Haaa, Loko mai! Badjo (Boegineesch = Kom maar hier jongens!) — „Mana ini orang companie?" (Waar blijven toch die dappere mannen van de Kompanie?!) „Hier kunt gij de Bintang Branie

Sluiten