is toegevoegd aan uw favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is langzamerhand gelukt een aantal feiten langs proefondcrvindelijken weg vast te stellen , waaruit onomstootelijk lilijkt dat de stof, die de ruimte tusschen twee met electriciteit geladen geleiders vult, invloed uitoefent op elcctrische werkingen, die zich in het electrische veld, opgewekt door die geleiders, voordoen.

Zooals bekend is, wordt aangenomen dat het arbeidsvermogen van het licht bestaat in dat, verbonden aan transversale trillingen van den ether. De golilengte der lichttrillingen wisselt daarbij van A = 0,7(5 (t{\ /a=\ micron =0,001 mM.) voor het rood tot A = 0,38,u voor het violet, lleeds langen tijd is geconstateerd geworden dat er, behalve deze zichtbare lichtstralen, bestaan infra-roode met kleinere breekbaarheid en grootere A, die wij als warmtestralen kennen, en ultra-violette met grootere breekbaarheid esi kleinere A, die wij kennen door hunne chemische werking en ook door hunne phosphoresccntie. Hij de ontlading van een Leidsche llesch, door middel van een draadgeleiding met gcringen clectrischen weerstand, heeft men het ontstaan van trillingen geconstateerd. Deze trillingen, electrische trillingen genoemd, zijn evenzoo transversale trillingen. De waarde van A is daarbij zeer groot, soms wel in kilometers uit te drukken. Toch heeft men ze verkregen, waarbij A slechts enkele millimeters bedroeg. De telegrafie zonder draad berust op deze trillingen Hertz heeft de terugkaatsing en de breking ervan aangetoond en daarbij de wetten gevonden, bekend uit de theorie van het licht. Röntgen heeft later de zoogenaamde A-stralen ontdekt. De waarde van A is door Haga gemeten en is gebleken ongeveer 0,0 fj. ft (I fj. fi = 1 inillimicron = 0,000001 inM ) te zijn. Deze verschijnselen wijzen er op dat het licht moet opgevat worden als een electromagnetisch versch ijnsel.

Een ander verschijnsel, dat opgemerkt is geworden en dat wijst op den invloed van den niet-geleider op de electrische werkingen is als volgt te demonstreeren. Twee koperplaten staan tegenover elkander en vormen een condensator. De eene plaat is naar de aarde algeleid, de andere is geladen en in verbinding met een electroskoop. Zoodra men tusschen de twee platen een glazen of ebonieten plaat brengt wordt de uitwijking der goudblaadjes geringer, locli wordt aan de lading niets veranderd.

Men is gewoon de ruimte, niet ingenomen door geleiders, het di-electricuM te noemen. De ether wordt aangegeven door electrische stof, waardoor in 't midden gelaten wordt of electrische stof (E. S.) en ether synoniemen zijn. Wanneer geen electrische verschijnselen te bespeuren zijn heeft de E. S. in het di-electricum een zekere