is toegevoegd aan je favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom is als praktische eenheid genomen 108 C. G. S. onder den naam van \ Volt.

20. Stroomsterkte.

Deze wordt bepaald door de werking op een magneetpool. Volgens de hypothese van Lapuce is (zie figuur 4):

. m 11. sin <x

7 •

zoodat als eenheid van stroomsterkte in het C. G. S.-stelsel deze definitie kan gelden, n. 1.: de eenheid van stroomsterkte is die van den stroom, welke gaat door een draad van 1 cM. lengte, gebogen volgens een cirkelboog van 1 cM. straal, als hij op de eenheid van magnetisme in het middelpunt van den cirkel de eenheid van kracht uitoefent. Wij vinden dus:

I = ci gl s~1 (20)

Men heeft bepaald welk verband er bestaat tusschen de waarden van de E. S. en de E. M. eenheid van het C. G. S.-stelsel. Het is gebleken dat 1 E. M. eenheid = 3 X M10 E. S. eenheden. Nu is 3 X 1010 juist de waarde van de snelheid van het licht. Aangezien de verhouding der dimensies gelijk is aan es~' en de dimensie eener snelheid cs~1 is, zal dus in elk stelsel de verhouding van de twee eenheden door de snelheid van het licht in dat stelsel worden aangegeven.

De stroomsterkte, zoocven gedefinieerd, is voor de praktijk ruim groot. Men heeft verkozen de stroomsterkte van 10" 1 C. G. S. eenheden als eenheid te gebruiken onder den naam van 1 Ampère.

21. Weerstand.

In verband met het onder (18) genoemde is:

„ E

n=j = cs~i (-2i)

Deze weerstand is al zeer klein. Men had als praktische eenheid die van Siemens, welke volgens nauwkeurige metingen 0,934 X IO9 C. G. S. eenheden van weerstand bedraagt. Daarom is als praktische