Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De helling der lijn PQ ten opzichte van de A-as is dus een maat voor de stroomsterkte.

Komt in AB op de plaats C een electromotorisclie kracht e voor, waardoor de potentiaal sprongsgewijze met een bedrag e vermeerdert, zoo zal het potentiaal-verloop worden aangegeven door een lijn PQRS, waarbij de deelen PQ en RS (fig. 12) evenwijdig moeten zijn; verlengt men nn SR en AP tot zij elkander in T snijden, zoo volgt uit de figuur onmiddellijk:

i___VA+e-VH r

Heeft men nu een gesloten keten, waarin verschillende electromotorisclie krachten aanwezig zijn in de punten B, C, B, Een waarin de deeien BC, CB, BE, EAB weerstanden »•,, /•,, r3, t\ bezitten, zoo zal het potentiaal-verloop door fig. 13 worden aangegeven, waarbij de keten in ,1 is verbroken gedacht. Aangezien de lijnen PQ, RS, Tl', V'IV, XP dezelfde helling hebben is ZP de algebraïsche som der E. M. K. en .1.1 die der weerstanden. Uit de figuur volgt

onmiddellijk de wet van Oiim zijnde:

■ _ Se

~ 2r '

Hoor Kirchhoff zijn twee wetten gegeven, die een uitbreiding zijn van die van Ohm. Üe eerste wordt uitgedrukt door:

£i = o

en beteekent: In elk punt van een net van geleiders, waar stroomen te zamen komen is de algebraïsche som dier stroomen nul. Hierbij zijn de stroomen die E. S. aanvoeren als positief, die welke E S. afvoeren als negatief beschouwd. De formule hangt onmiddellijk samen met de onsamendrukbaarheid der E. S. want zij geeft aan dat in liet bedoelde punt de hoeveelheid E. S. niet verandert.

De tweede wordt in algebraïsch schrift door

2'ir = 2c

voorgesteld. Zij beteekent: in iedere gesloten geleiding, aanwezig in een net van geleiders, is de algebraïsche som der producten van stroom-

Sluiten