Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is een wijzer verbonden, die over de graadverdeeling gaat. Het vlak van liet rechthoekige raam wordt in den magnetischen meridiaan geplaatst en door middel der stelschroeven wordt de toestel zoo gesteld, dat het naaldenstelsel geheel vrij hangt.

Slechts in enkele gevallen dient een galvanometer om een stroomsterkte te meten. Meest altijd dient hij om te constateeren dat in een bepaalden tak geen stroom aanwezig is. Wil men stroomsterkten vergelijken zoo zorgt men dat de uitwijkingen gering (althans beneden 15°) zijn en stelt dan de stroomsterkten recht-evenredig met de uitwijkingen. Geheel correct is dit niet doch in dc praktijk is het meestal wel geoorloofd.

Wij behandelen de volgende metingen als zeer geschikt voor praktische oefeningen.

1. Het meten van den weerstand van een draad volgens de methode van Ohm.

De verbindingen, die aan te brengen zijn, zijn in figuur 16 aangegeven: E = element van Daniell; W — stop-rheostaat; k, k, k, k = kwikbakjes; a = korte, dikke draad, waarvan de weerstand verwaarloosd mag worden; x — de te meten weerstand; TB = tangentenboussole.

Men verbindt de draden, na de uiteinden met schuurpapier schoon gemaakt te hebben, met de verschillende toestellen en plaatst a in den keten. Door middel van W zorgt men dat de uitwijking der boussole ongeveer 50° is. De draadjes p en q worden verwisseld om na te gaan of de uitwijking naar de andere zijde evengroot is. Is dit zoo dan is het vlak van den ring in den magnetischen meridiaan.

Men neemt nu op de vroeger beschreven wijze de uitwijking a der boussole op Daarna wordt in den rheostaat IV een weerstand r ingevoegd, waardoor de stroom verzwakt en een uitwijking a, wordt verkregen, waargenomen op gelijke wijze als ot.

Nu wordt r weder weggenomen en a door x vervangen De uitwijking, thans <x2, wordt op gelijke wijze bepaald.

Men herhaalt deze waarnemingen in omgekeerde volgorde, ten einde een kleine verandering in de E M. K. van het element te elimineeren.

Sluiten