Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer wij op een cilinderoppcrvluk een geïsoleerden draad winden, zoodat deze een schroeflijn vormt met een spoed gelijk aan de dikte van den draad, krijgen wij een solenoïde. Voeren wij door dezen draad een electrischen stroom van i eenheden, zoo zal elke omwinding als cirkel kunnen worden opgevat en is hare werking op een magneetpool m in de as der cilinders geplaatst gelijk aan:

^ 2t m i r*

Zij nu <1 de dikte van den draad, zoo is (zie de doorsnede in iiguur 25), als wij om m als middelpunt een cirkel beschrijven met een straal van 1 cM., m vereenigen met de uiteinden van de middellijn van den draad en de snijpunten met den cirkel projcctcercn op de as, de afstand p dezer projecties bepaald door:

zoodat

P = (ac)X'p=(ab)Xy=d.^

dus

p = d ——r

zoodat

2a- m i

De werking der solenoïde is dus

„ , 2t m i A = 2 A = —2p.

a

d. i.

.. 2Tm i

A = —-— (cos «0 — cos «,).

Zijn er n omwindingen per cM. lengte, zoo is d — — of - — n dus

« d

K — 2T m n i (cos «0 — cos <Xj).

Voor een oneindig lange solenoïde is derhalve:

A* = 4 t m n i,

en deze waarde is met groote benadering toe te passen als m niet te dicht bij de uiteinden eener lange solenoïde ligt.

Sluiten