is toegevoegd aan uw favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 6. MILITAIRE TELEGRAFIE.

Wij onderscheiden de telegrafie te velde en die in de verdedigingsHellingen. Bij de eerste heeft men transportabele toestellen, geborgen in een zoogenaamden stationwagen, of, wat de voorposten-telegrafie aangaat, in handkarren. Bij de tweede heeft men vastopgestelde toestellen. Wat de inrichting dezer stations aangaat, verwijzen wij ook naar de daarvoor bestaande «Leiddraad" en «Handboek" uitgegeven voor rekening der Koninklijke Militaire Academie.

a. Telegrafie te velde.

Men maakt hierbij uitsluitend gebruik van gewijzigde MonsE-toestellen. Aan elk station is noodig:

1°. Een batterij.

2°. Een seingever.

3". Een seinontvanger.

4°. Een galvanometer.

Aan de eindstations is bovendien noodig een aardplaat. De draad, die den electrischen stroom overbrengt, d. i. de lijn, maakt de verbinding tusschen de stations uit. De aardplaten kunnen weggelaten worden, indien een heen- en terugleiding gebruikt wordt, zooals bij de voorposten-telegrafie vroeger liet geval was.

De batterij bestaat uit gewijzigde lecxancmé-elenienten, welke in de batterijkist worden geplaatst. De inrichting dezer cellen is reeds besproken (zie hoofdstuk 3). Bij de voorposten-telegrafie zijn ook de siemen's'schc pap-elementen in gebruik.

De seingever of sleutel (fig. 30) is een koperen hefboom, draaibaar om een stalen as A. "ü kan in geleidend contact gebracht worden met ieder van de twee plaatjes R en W. Een veer zorgt er voor dat in den rust-toestand het contact met R aanwezig is; van daar de namen n/sf-contact en werA-contact.